Verdwaald
Verdwaald
Verdwaald, de weg kwijt. Bij toeval stonden de treindeuren nog open toen jij eraan kwam. Als de teltheorieën die ik als kind gebruikte waar zijn ben je nog echt een jonkie. Hoe kom je hier, weet je wel waar je heen gaat? Ben je helemaal alleen?
Je loopt op een doorzichtige ondergrond, soms verstoord door een kras of graffiti. In een razend tempo schiet de wereld in zijaanzicht onder je door. Huizen, bomen, de lucht, de zon, fietsers, auto’s. Uit pure paniek ga je stoïcijns rondjes lopen. Waar ben je beland? Soms probeer je hard weg te lopen, maar je blijft gevangen op je doorzichtige vloer. Radeloosheid klinkt haast uit de stapjes die je maar blijft zetten in het eeuwige rondje.
“Arnhem. Station Arnhem.” Ik moet uitstappen. Ik ben thuis en laat je alleen achter, mijn vragen onbeantwoord.
Als je ooit de uitgang weet te vinden ben je kilometers verwijderd van de plaats waar je per ongeluk de trein in ging. Zul je ooit begrijpen wat er vandaag gebeurde?
Vandaag zat er een lieveheersbeestje op het raam van de trein.