Slapen
Slapen
Een man ligt lekker te slapen op de schouder van zijn dochter. Je zou het andersom verwachten en daarom is het extra lief. Het meisje kijkt een beetje verlegen rond.
Slapen in de trein. Je ontkomt er niet aan. Als je de krant uit hebt en de sudoku gemaakt, begint het staren naar buiten. Het landschap glijdt in strepen voorbij, veel te snel voor de ogen. In een poging toch te volgen wat er buiten te zien is, schieten ze heen en weer in hun kassen. Deze intensieve activiteit kost veel energie en weldra beginnen de oogleden zwaar te worden, om vervolgens te gaan zakken. Tevergeefs probeer je om erbij te blijven, maar tegen deze acute treinvermoeidheid is niemand opgewassen. Je begint te knikkebollen en elke keer dat je bijna in slaap valt knakt je hoofd naar voren. Met een ruk schiet je overeind en gluurt om je heen, in de hoop dat niemand het zag. Dan maar steunen op je hand, met de elleboog op de leuning. Maar steeds als je lekker indommelt schuift je elleboog plots opzij en schrik je weer wakker. Dan maar een beetje onderuit, met het hoofd tegen de hoofdsteun. Tegelijk weet je: dit is een riskante houding wegens snurkgevaar.
De man met de dochter heeft van dit alles geen last. Zij heeft er maar een krantje bij gepakt en kijkt af en toe terloops opzij. “Oss, station Oss”, klinkt het. Onhandig tikt ze hem op zijn schouder. “Ehm… meneer? Ik ehm…moet er hier uit.”