Nieuwsgierig
Nieuwsgierig
Mensen zijn aartsnieuwsgierig. Ik heb natuurlijk een geldig excuus, want op de school voor journalistiek word je geleerd dat je álles moet wíllen weten. In de trein heb ik dan ook vaak het idee dat ik me tussen een heleboel potentiële journalisten bevind.
Wie zijn Metro of Spits omhoog houdt tijdens het lezen, kan erop rekenen dat er aan de achterkant meegelezen wordt door de overbuurman of –vrouw. Wie een boek leest heeft last van spiekende reizigers die benieuwd zijn naar de titel. Wie een telefoongesprek voert wordt door omzittenden afgeluisterd en wie schrijft heeft zeker geen rust.
Vaak gebeuren dingen in de trein zo snel dat ik het meteen op wil schrijven. Onthouden neemt het unieke en spontane van het moment weg uit de verhalen. Als ik dus plotseling mijn tas doorspit op zoek naar mijn kladblok, kan ik nogal eens rekenen op verbaasde blikken. Als ik even later verwoed aan het schrijven ben en af en toe moeite heb mijn binnenpretjes niet naar buiten te laten glippen, gaan de blikken richting mijn papier. Mensen proberen er zo onopvallend mogelijk achter te komen wat ik allemaal opschrijf.
Ze moesten eens weten. Zonder hen bleef mijn papier vandaag leeg.