Goedemorgen?

Goedemorgen?

Ze stapt al in met een blik van: wát-een-rot-dag. Ploft neer, tas op de bank er tegenover, diepe zucht. Een geërgerde snauw omdat haar achterbuurman wat enthousiast is geweest met het volumeknopje van zijn MP3-speler. Als de trein gaat rijden werpt ze een wanhopige blik door de coupé. Zien we allemaal wel hoe gestresst ze is?
“Goedemorgen!” Ook dat nog. Heeft ze net haar tas weer dicht, moet ze haar OV gaan zoeken. En moet haar buurvrouw echt zo breed zitten? Ze strekt haar benen en sluit haar ogen. “Goedemorgen!” Wat nu weer? Een oudere man wil graag op de plaats tegenover haar zitten. Pff, blijft niets haar gespaard? Tas op schoot, ogen weer dicht. Haar hoofd zakt tegen het raam, de tas glijdt op de grond.
“Goedemorgen! Over enkele ogenblikken komen we aan…” De rest hoort ze waarschijnlijk niet eens meer. Op het moment dat ze wakkerschrikt is die blik er weer. De brede buurvrouw maakt haastig plaats als ze opstaat en haar tas meesleept. Ze beent de coupé uit en laat de oude man enigszins verbouwereerd achter. Goedemorgen zeg.

>>