Delete

Delete

Zo geruisloos als de trein zonet door het donkere landschap gleed, zo plotseling staat het voertuig nu met piepende remmen stil. In het duister probeer ik me te oriënteren, maar door de felle lampen zie ik slechts het spiegelbeeld van de coupé in de ruit. Als dit maar niet te lang duurt, want vanavond ga ik mijn zinnen verzetten met klasgenoten. Ik vond dat ik het verdiend had, na gevoelsmatig drie weken onafgebroken achter mijn bureautje doorgebracht te hebben. Nog nooit produceerde ik zo veel artikelen in een onafgebroken stroom; de druk van de deadline brengt een nieuw soort mens in mij naar boven. Hardwerkend, dat wel, maar vooral wanhopig. Zo wanhopig, dat ik regelmatig jaloers dacht: wat heeft de kat toch een verdomd simpel leven. Gaat telkens op het toetsenbord liggen, de slimmerik, want dat is het enige dat mijn aanraking nog geniet. Ik was vertederd tot ik ontdekte dat haar rechterachterpoot de delete knop indrukte: alles weg. Terugdenkend, met mijn hoofd tegen het raampje, verlies ik mijzelf weer in weemoedige mijmeringen. Hoe krijg ik alles op tijd af?
De conducteur heeft een vreemd geel hesje aan. Eindelijk, uitleg. “We hebben een aanrijding met een persoon gehad. Deze is overleden”. Zijn poging het luchtig te zeggen, mislukt. Zelfmoord, hamert het door mijn hoofd. Wat dacht die persoon vandaag, vraag ik me af. Hoe voel het, als het je niet kan schelen dat zo’n trein dwars door je heen raast? Dat je dat zelfs liever wilt dan leven? Mijn gedachten lachen me hard uit om mijn zorgen van zonet.

>>