Weer
Weer
Eerder merkte ik al op dat mensen in de trein nogal huiverig zijn voor een gesprek met een vreemde. Zo af en toe krijgt een dappere prater wel respons als hij toenadering zoekt. Met verbazing luister ik naar algemeenheden die uitgewisseld worden in oppervlakkige gesprekjes.
Persoon A: “Nou, het is vandaag wel heel erg warm.” Het wordt tegen niemand in het bijzonder gezegd. Er wordt opgekeken en afgewogen; aangezien persoon B als enige echt in de buurt zit voelt ze de verantwoordelijkheid. “We mogen niet klagen, toch?” merkt ze met een soort van glimlach op. Dit wordt opgevat als een uitnodiging, alle standaard praat wordt nu uit de kast getrokken. “Tja, het is ook wel weer eens wat anders. Het is natuurlijk ook al eind mei,” gaat persoon A verder. “Ja precies,” probeert persoon B het gesprek af te sluiten, maar het is al te laat.
A: “Er is in ons land ook geen peil op te trekken hè.”
B: “Ik heb liever zon dan regen hoor.”
A: “Nou, ik vind de winter prettiger.”
B: “Ja, dat kan.”
A: “Al die warmte, dat is niet goed voor oude mensen
zoals ik.”
B lanceert een glimlach ten teken dat dit gesprek niet lang
meer duurt.
Persoon A houdt nog even vol en ‘clicheet’ verder over het weer. Na een aantal pogingen is het duidelijk: kansloze missie. Wil je een babbeltje maken? Stap dan vooral niet in de trein.